← Terug naar kennisoverzicht

Kennisartikel

Aanmaningskosten Berichtenbox MijnOverheid: bom onder digitale bekendmaking

18 augustus 2026

Gemeenten en waterschappen doen er voorlopig verstandig aan om nog eens goed te kijken naar hun aanmaningskosten bij elektronisch verzonden belastingaanslagen en parkeerboetes. Gerechtshof Amsterdam vernietigde op 21 juli 2026 in vijf zaken de aanmaningskosten van € 9, omdat Logius weigert te vertellen naar welk e-mailadres de notificatie van een bericht in de Berichtenbox van MijnOverheid is verzonden (ECLI:NL:GHAMS:2026:2196). Zonder dat bewijs kan volgens het hof niet worden vastgesteld dat de belastingschuldige daadwerkelijk in de gelegenheid is geweest om tijdig te betalen.

In deze blog leg ik uit hoe de bekendmaking van besluiten via de Berichtenbox tot 1 januari 2026 werkte, wat er sindsdien is veranderd, en waarom deze uitspraak verder reikt dan alleen die paar euro aan aanmaningskosten.

Elektronische bekendmaking van belastingaanslagen: het kader tot 1 januari 2026

Een besluit — zoals een belastingaanslag of een naheffingsaanslag parkeerbelasting — treedt pas in werking nadat het op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (artikel 3:40 en 3:41 Awb). Bij elektronische verzending via de Berichtenbox van MijnOverheid gold tot 1 januari 2026 het volgende kader:

  • Op grond van artikel 2:14 Awb (oud) kon een bestuursorgaan een besluit elektronisch verzenden zodra de belanghebbende kenbaar had gemaakt daarvoor voldoende bereikbaar te zijn, zoals door een account te activeren via MijnOverheid.
  • Op grond van artikel 2:17 Awb (oud) gold het moment van plaatsing van het bericht in de Berichtenbox als moment van elektronische verzending en daarmee als moment van bekendmaking.
  • Een e-mailnotificatie was optioneel. De burger kon er bij het activeren van zijn account voor kiezen deze te ontvangen (opt-in), maar een wettelijke verplichting om te notificeren bestond niet.

De Hoge Raad heeft dit kader op 1 mei 2026 bevestigd in een arrest dat ik heb geannoteerd voor NLFiscaal (ECLI:NL:HR:2026:734, NLF 2026/0877). De kern: verzending en ontvangst van een notificatiebericht zijn geen vereiste voor een geldige bekendmaking. Wie zijn Berichtenbox heeft geactiveerd, moet zelf regelmatig inloggen. Net zoals van iemand ook wordt verwacht dat hij zijn fysieke brievenbus checkt.

A-G Pauwels had in zijn omvangrijke conclusie voorafgaand aan dat arrest wel een belangrijke nuance aangebracht (ECLI:NL:PHR:2026:152, NLF 2026/0370): al maakt het niet-ontvangen van een notificatie de bekendmaking zelf niet ongeldig, het kán wél gevolgen hebben voor de vraag of terecht aanmaningskosten in rekening zijn gebracht. Wie zich heeft aangemeld voor notificaties, mag er namelijk op vertrouwen dat hij die ook krijgt. De bewijslast dat een notificatie daadwerkelijk is verzonden, rust volgens de A-G op het bestuursorgaan.

Wat is er per 1 januari 2026 veranderd?

Sinds 1 januari 2026 is afdeling 2.3 Awb ingrijpend gewijzigd door de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV). Een paar kernwijzigingen die relevant zijn voor de Berichtenbox:

  • Artikel 2:10 Awb introduceert een notificatieplicht: bij plaatsing van een bericht in een systeem als de Berichtenbox moet de geadresseerde binnen 48 uur elektronisch worden geïnformeerd, tenzij hij heeft aangegeven dat niet te willen (opt-out in plaats van opt-in).
  • Artikel 2:11 Awb verplicht het bestuursorgaan de notificatie opnieuw te verzenden, of de geadresseerde op andere wijze te informeren, als de kennisgeving niet met succes kan worden bezorgd.
  • Artikel 2:19 Awb is de opvolger van het oude artikel 2:17 Awb en is specifiek aangescherpt met het oog op berichtenboxen zoals MijnOverheid.
  • Artikel 2:22 Awb bepaalt dat een termijnoverschrijding niet aan de burger wordt tegengeworpen als de notificatie niet is verzonden, of als deze wel is verzonden maar niet is ontvangen zonder dat de burger daarvan een verwijt valt te maken.
  • Artikel 2:25 Awb legt de bewijslast voor de verzending van berichten — en, naar volgt uit de parlementaire geschiedenis, ook voor de verzending van notificaties — nadrukkelijk bij het bestuursorgaan.

Anders is dus dat de burger nu wettelijk mag rekenen op een notificatie, en dat het bestuursorgaan moet kunnen aantonen dat die daadwerkelijk is verzonden.

De zaak die nu voorlag bij Gerechtshof Amsterdam speelde nog onder het oude recht en laat zien waarom die bewijslastverdeling er ook vóór 1 januari 2026 al toe deed.

De zaak bij Gerechtshof Amsterdam: Logius verstrekt geen e-mailadres

De belanghebbende kreeg op 8 november 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting (parkeerboete) opgelegd, geplaatst in zijn Berichtenbox. Hij had zich aangemeld voor MijnOverheid én de notificatiefunctie ingeschakeld. Toen hij niet tijdig betaalde, volgde een aanmaning met € 9 aan kosten.

De invorderingsambtenaar vroeg gegevens op bij Logius, de dienst die MijnOverheid namens het ministerie van BZK beheert. Uit die gegevens bleek onder meer:

  • TIJDSTEMPEL_PUBLICATIE: 6-11-2024 23:37
  • TIJDSTEMPEL_NOTIFICATIE: 7-11-2024 00:01
  • TIJDSTEMPEL_HERHAAL_NOTIFICATIE: 28-11-2024 01:34

Logius bevestigde dus dát er notificaties zijn verstuurd. Wat ontbrak, was het e-mailadres waarnaar die notificaties zijn gestuurd. Ter zitting verklaarde de invorderingsambtenaar desgevraagd: “Logius wil het e-mailadres niet verstrekken in verband met de privacywetgeving” en “een e-mailadres wordt nooit verstrekt” (r.o. 2.4).

Het hof volgt de lijn die A-G Pauwels eerder had uitgezet: wie zich heeft aangemeld voor notificaties, mag erop vertrouwen dat hij die ook ontvangt (r.o. 4.3). Cruciaal is r.o. 4.4:

“Het Hof ziet geen reden anders te oordelen in een situatie waarin wel een notificatiebericht is verzonden maar de ontvangst daarvan wordt ontkend en niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de notificatie daadwerkelijk is verzonden naar het e-mailadres dat belanghebbende bij zijn aanmelding voor de berichtenbox MijnOverheid voor de notificatiefunctie had opgegeven.”

Met andere woorden: een tijdstempel waarop “iets” is verzonden, zegt niets over de vraag of dat iets ook naar het juiste e-mailadres is gegaan. Zolang Logius weigert dat te bevestigen, kan het bestuursorgaan niet aan zijn bewijslast voldoen. Het hof wijst er daarbij op dat de wetgever met de WMEBV bewust waarborgen heeft willen inbouwen rond notificaties (artikel 2:11 lid 2 Awb), maar dat die bepaling nog niet gold ten tijde van deze verzending. Het ontbreken van die waarborg mag dan niet voor rekening van de belanghebbende komen (r.o. 4.5). Gevolg: de aanmaningskosten worden vernietigd, en de invorderingsambtenaar wordt veroordeeld in de proceskosten — in totaal € 3.801, verdeeld over vijf samenhangende zaken met een totaal financieel belang van nog geen € 50.

Gevolgen voor aanmaningskosten: gemeenten en waterschappen, wees gewaarschuwd

A-G Pauwels signaleerde in zijn conclusie al dat begin 2025 ongeveer 900.000 MijnOverheid-gebruikers geen e-mailadres hadden opgegeven, en dat mensen die een parkeerboete via de Berichtenbox krijgen twee keer zo vaak een aanmaning ontvangen als mensen die per post worden aangeschreven.

Zolang Logius volhoudt geen e-mailadressen te verstrekken — en zich daarbij op de AVG beroept — kunnen invorderingsambtenaren simpelweg niet aan hun bewijslast voldoen in elk geval waarin een belastingschuldige stelt geen notificatie te hebben ontvangen. Dat geldt niet alleen voor gemeentelijke parkeerbelasting, maar voor elke belastingaanslag die via de Berichtenbox wordt bekendgemaakt aan iemand die zich voor notificaties heeft aangemeld. De no-cure-no-pay gemachtigde die deze procedures voerde maakt er bovendien een sport van om in al zijn dossiers bloot te stellen dat besluiten of notificaties niet zijn ontvangen.

Mijn advies aan gemeenten en waterschappen is dan ook praktisch: zolang Logius het bewijs van regelmatige verzending naar het juiste e-mailadres niet wil overleggen, kunnen de aanmaningskosten maar beter op voorhand geschrapt worden.

Verder dan aanmaningskosten: staat de bekendmaking van het besluit zelf ook op losse schroeven?

Hier wordt het pas echt interessant en potentieel veel ingrijpender dan € 9 aan aanmaningskosten. De Hoge Raad heeft in het arrest van 1 mei 2026 weliswaar bevestigd dat de notificatie géén onderdeel is van de bekendmaking zelf: bepalend is het moment waarop het besluit in de Berichtenbox is geplaatst (artikel 2:17 Awb oud, thans artikel 2:19 Awb).

Maar als Logius niet kan bevestigen dat de notificatie is verzonden, dan kan ook de geldigheid van de bekendmaking zelf, en daarmee de inwerkingtreding van het besluit (artikel 3:40 Awb), in het geding komen.

De bewijslast voor de verzending van elektronische berichten rust — dat volgt zowel uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad over de (elektronische) verzending van besluiten als, met ingang van 1 januari 2026, uitdrukkelijk uit artikel 2:25 Awb — op het bestuursorgaan. Een bestuursorgaan dat voor de onderbouwing van die verzending afhankelijk is van gegevens van Logius, en van Logius stelselmatig te horen krijgt dat bepaalde gegevens niet worden verstrekt, staat dan met lege handen. Niet alleen bij een geschil over aanmaningskosten, maar evengoed bij een belanghebbende die stelt dat de aanslag hem nooit heeft bereikt en die de tijdigheid van zijn bezwaar verdedigt met een beroep op artikel 6:11 Awb, of die de rechtsgeldigheid van de bekendmaking als zodanig betwist.

Met andere woorden: als Logius de broninformatie over verzending en aflevering niet (volledig) prijsgeeft, ondermijnt dat niet slechts de vordering van € 9 aan aanmaningskosten, maar in het uiterste geval de rechtsgeldigheid van de onderliggende belastingaanslag of parkeerboete zelf — met alle gevolgen van dien voor betalings- en bezwaartermijnen. Dat is een reëel probleem voor de rechtszekerheid van tienduizenden elektronisch verzonden besluiten per jaar.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor gemeenten, waterschappen en de Belastingdienst betekent dit dat de afhankelijkheid van Logius een zwakke schakel is geworden in de bewijsvoering rond elektronisch verkeer. Zolang die dienst zich verschuilt achter de AVG zonder een werkbare oplossing te bieden, blijven bestuursorganen met een bewijsprobleem zitten dat zij zelf niet kunnen oplossen.

Voor belastingschuldigen en hun gemachtigden biedt deze uitspraak een concreet aanknopingspunt om aanmaningskosten aan te vechten wanneer een notificatie is beloofd maar niet aantoonbaar naar het juiste adres is verzonden. Zoals wel vaker in het invorderingsrecht gaat het om kleine bedragen per zaak, maar met een navenant grote uitvoeringslast voor de rechtspraak als het massaal wordt aangevochten.

Ik blijf daarom bij mijn eerdere pleidooi: schaf de aanmaningskosten gewoon af. Dat scheelt niet alleen deze discussie, maar ook de duizenden procedures die jaarlijks worden gevoerd over bedragen die in geen verhouding staan tot de kosten van de procedure zelf. Tot het zover is, doet het ministerie er goed aan om met Logius tot een oplossing te komen voordat de rechtspraak overspoeld raakt met vergelijkbare zaken.

Heeft u een vraag naar aanleiding van dit artikel?

Neem contact op