← Terug naar kennisoverzicht

Kennisartikel

Uitstel of kwijtschelding afgewezen? Vanaf 2027 kun je in bezwaar

28 oktober 2026

Uitstel of kwijtschelding afgewezen? Vanaf 2027 kun je in bezwaar gaan tegen een afwijzing van uitstel van betaling of kwijtschelding van rijksbelastingen. Dat klinkt als een technische wetswijziging, maar het opent een potentieel gigantische nieuwe werkstroom voor de Belastingdienst en de belastingrechter.

Dit artikel is een met behulp van AI uitgewerkte transcriptie van mijn webinar van 28 oktober 2026. Ik bespreek eerst kort de basis van uitstel en kwijtschelding, daarna de nieuwe rechtsbescherming en wat die in de praktijk betekent.

De wettelijke basis: artikel 25 en 26 Invorderingswet

De bevoegdheid van de Belastingdienst om uitstel en kwijtschelding te verlenen staat in artikel 25 en 26 van de Invorderingswet 1990 (IW). Opvallend is hoe weinig daar eigenlijk staat.

Uitstel

Artikel 25 IW zegt in feite alleen dat de ontvanger, degene die bij de Belastingdienst over de invordering gaat, uitstel kan verlenen onder voorwaarden. Meer staat er niet. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat dit bewust zo is bedoeld: een open, discretionaire bevoegdheid. De ontvanger kan, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, doen wat hem passend lijkt.

De Leidraad Invordering, het beleid dat de staatssecretaris voor de ontvanger heeft vastgesteld, staat daarentegen juist vol met aanwijzingen. Dat strookt eigenlijk niet met wat de wetgever ooit voor ogen had. Dat wordt volgend jaar interessant bij de rechter. Stel dat de ontvanger zegt: volgens de Leidraad krijg je maximaal twaalf maanden uitstel. Terwijl de wetsgeschiedenis die beperking helemaal niet kent. Dan krijgt de invorderaar lastige procedures als een ondernemer of particulier een goed onderbouwd verzoek doet om langer uitstel.

Kwijtschelding

Voor kwijtschelding is het ingewikkelder gemaakt, maar ook weer niet in de wet zelf. Daarin staat alleen dat de ontvanger kwijtschelding kan verlenen in geval van buitengewoon bezwaar. Die term staat al sinds 1923 in de wet. Volgens mij gaat het om een belangenafweging, en dat zie je ook terug in de wetsgeschiedenis: kwijtschelding is mogelijk als redelijkerwijs geen betaling meer kan worden gevorderd.

Wanneer particulieren en ondernemers kwijtschelding krijgen, is uitgewerkt in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 2008 en verder in de Leidraad Invordering. Voor particulieren geldt: heb je geen betalingscapaciteit, houd je elke maand dus eigenlijk niets over, en heb je geen vermogen, dan krijg je kwijtschelding. De regels voor de afloscapaciteit zijn wel streng. De Belastingdienst rekent zelf uit wat je per maand mag uitgeven en werkt met forfaitaire bedragen: zoveel voor huur, zoveel voor algemene uitgaven. Wat overblijft, moet naar de belastingschuld. Ook als je in werkelijkheid veel meer kwijt bent aan huur of boodschappen. Heb je overwaarde op je woning, dan kom je evenmin in aanmerking.

In de praktijk leidt dat soms tot verwarring of irritatie. Deze week nam een ondernemer contact met me op wiens kwijtscheldingsverzoek was afgewezen. Of ik hem kon helpen. Maar ik kan ook niet toveren: hij had € 500.000 overwaarde op vastgoed. Met zo’n vermogen krijg je geen kwijtschelding van je belastingschulden. Dat lijkt me ook logisch, en daar kan ook een fiscaal jurist niets aan veranderen.

De standaardbetalingsregeling

Vooruitlopend op de nieuwe rechtsbescherming is het beleid voor particulieren al flink vereenvoudigd. Een particulier logt met DigiD in op belastingdienst.nl, vinkt aan dat hij uitstel wil voor al zijn schulden en krijgt automatisch een betalingsregeling van twaalf maanden voor belastingschulden tot € 100.000. De regeling geldt alleen voor definitieve aanslagen, niet voor de voorlopige aanslag inkomstenbelasting.

Het is een zeer laagdrempelige voorziening. Je vraagt het digitaal aan en krijgt het in principe altijd, ook als je het niet nodig hebt. Heb je geld genoeg, maar vind je het gewoon handig om in termijnen te betalen? Dan krijg je die regeling ook. Uitstel is wel niet gratis: er geldt 4,3% invorderingsrente en je betaalt elke maand een twaalfde deel.

De staatssecretaris heeft aangekondigd dat zo’n regeling ook voor ondernemers in de maak is. Hij formuleert het voorzichtig, maar in zijn Kamerbrief van 7 oktober schrijft hij dat wordt gewerkt aan een digitale voorziening voor laagdrempelig uitstel voor ondernemers. De vraag is of het plafond dan ook € 100.000 wordt, of misschien hoger.

En wat doet dat met de cijfers? Er staat nu voor zo’n 9,2 miljard euro aan betalingsregelingen open. De staatssecretaris meldde deze zomer al dat dat bedrag stijgt door de standaardbetalingsregeling voor particulieren. Betaal je als ondernemer 6 tot 8% rente op een rekening-courantkrediet bij de bank, en kun je voortaan online je belasting uitstellen tegen 4,3%? Dan weet ik wel wat ik zou doen. Ik verwacht dus dat die bedragen verder oplopen.

Dat hoeft geen ramp te zijn. Als overheid geld uitlenen tegen 4,3% kan prima, maar het moet dan wel binnenkomen. De invordering moet de capaciteit hebben om erbovenop te zitten als er niet betaald wordt. Dat wordt interessant, en misschien ook wel spannend.

Voor de uitvoering wordt het in elk geval een stuk eenvoudiger. Er hoeft niet meer beoordeeld te worden of iemand echt uitstel nodig heeft, met liquiditeitsprognoses en alles wat daarbij hoort. Eén druk op de knop en je krijgt twaalf maanden. Met de nieuwe rechtsbescherming in het vooruitzicht is dat een welkome versoepeling van het beleid.

Rechtsbescherming nu: administratief beroep bij de directeur

Het belastingrecht kent een gesloten stelsel van rechtsbescherming. Je kunt alleen bezwaar en beroep instellen als de wet dat uitdrukkelijk bepaalt. Dat geldt ook in de Invorderingswet. Tegen een beschikking invorderingsrente kun je bijvoorbeeld al in bezwaar, en ook als je als bestuurder aansprakelijk wordt gesteld, staan bezwaar en beroep open.

Toen de Invorderingswet in de jaren tachtig werd voorbereid (hij trad in 1990 in werking), ontbrak rechtsbescherming bij uitstel en kwijtschelding. Dat was een bewuste keuze. In het parlement kwamen daar kritische vragen over, vooral van de PvdA: was dit niet gewoon een kostenbesparing?

De staatssecretaris vond het aanvaardbaar, zo is na te lezen in de memorie van toelichting en de memorie van antwoord. Je kon immers administratief beroep instellen bij de directeur van de Belastingdienst, die autonoom en onafhankelijk zou oordelen, als ware hij een rechter. Daarnaast werd de Leidraad Invordering voor het eerst openbaar gemaakt, zodat burgers en bedrijven zich op dat beleid konden beroepen. Ook dat zou rechtsbescherming bieden.

In de laatste zin voegde de staatssecretaris eraan toe dat het ook wel erg handig was dat naar schatting 20.000 beroepszaken per jaar bij de rechterlijke macht werden voorkomen. Ik denk dat dat uiteindelijk de belangrijkste afweging was. Bedenk daarbij dat er in de jaren tachtig veel minder belastingschulden waren en belastingplichtigen veel minder mondig waren. Er was nog geen ChatGPT die in een paar seconden een bezwaar- of beroepschrift produceert waarvan weinig klopt, maar waar de Belastingdienst toch iets mee moet. De verwachting is dan ook dat het minimaal 20.000 zaken per jaar worden, en misschien meer. Dat hangt er ook van af of no-cure-no-paybedrijven zich op deze markt gaan richten.

Op dit moment werkt het zo: je stelt beroep in bij de directeur. In de praktijk zijn dat een paar invorderaars op een aparte afdeling in Utrecht. Het beroepschrift moet binnen tien dagen na de afwijzing van het uitstel of de kwijtschelding zijn ingediend. Het voordeel: zolang het in behandeling is, ligt de invordering stil. Geen aanmaning, geen dwangbevel, geen beslag. Daarom wordt het veel gebruikt, al is het maar om wat tijd te kopen of feitelijk gratis uitstel te krijgen.

Wat verandert er per 1 januari 2027?

De wetswijziging zelf is eenvoudig. Artikel 25 en 26 IW worden aangepast: voortaan beslist de ontvanger bij voor bezwaar vatbare beschikking, en daarop is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) van toepassing. Uit de wetsgeschiedenis van die bepaling, uit de jaren negentig, blijkt wat dat betekent: dan zijn ook de hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing, met de regels over bezwaar en beroep.

Het verschil met nu is groot. Nu heb je alleen administratief beroep, binnen tien dagen, en daar houdt het op. Dat kost niets, maar je krijgt ook geen proceskostenvergoeding als je een gemachtigde inschakelt. Vanaf 1 januari 2027 kun je binnen zes weken bezwaar maken bij de ontvanger, en daarna in beroep, hoger beroep en cassatie. Je kunt dus in vier instanties procederen tegen de beslissing van de Belastingdienst:

  1. bezwaar
  2. beroep
  3. hoger beroep
  4. cassatie

Omdat de Awb van toepassing is, kun je ook een proceskostenvergoeding krijgen. Laat je je bijstaan door een fiscaal jurist of andere adviseur, dan krijg je daarvoor een vergoeding van een paar honderd euro, afhankelijk van de zwaarte van de zaak en het verrichte werk. Krijg je gelijk, dan krijg je ook je griffierecht terug.

Daarnaast gaat de dwangsomregeling gelden. Daarover is de laatste tijd veel te doen. Bij de hersteloperatie toeslagen werd de dwangsom buiten werking gesteld, omdat de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) het te druk had om op tijd te beslissen. Hier komt toch een dwangsomregeling, terwijl men eigenlijk al weet dat de Belastingdienst niet op tijd uitspraak op bezwaar zal kunnen doen. Handelt de Belastingdienst je bezwaar te laat af, dan kun je een ingebrekestelling sturen. Beslist hij daarna nog steeds niet op tijd, dan heb je recht op een dwangsom, volgens mij zo’n € 21 per dag.

Wat kost procederen?

Procederen bij de belastingrechter is relatief laagdrempelig. Je hebt geen advocaat nodig: je kunt als belastingschuldige zelf bezwaar maken en zelf naar de belastingrechter stappen. Voor beroep betaal je wel griffierecht:

Wie Griffierecht
BV  € 397
Zzp’er of eenmanszaak € 200
Particulier € 54

Voor een zzp’er of eenmanszaak kan dat toch een drempel zijn. Krijg je geheel of gedeeltelijk gelijk, dan vergoedt de Belastingdienst het griffierecht.

Niet voor lokale belastingen, en een flinke uitvoeringsopgave

De nieuwe rechtsbescherming geldt alleen voor rijksbelastingen, niet voor lokale belastingen. De Rechtspraak gaf aan dat de rechtsbescherming anders niet uitvoerbaar zou zijn. Het ministerie heeft daarop een aantal toezeggingen gedaan:

  • de nieuwe rechtsbescherming wordt niet ingevoerd voor lokale belastingen;
  • de problematiek rond WOZ- en BPM-zaken wordt aangepakt (dat is inmiddels gebeurd);
  • het ministerie zorgt ervoor dat onnodig bezwaar en beroep wordt voorkomen.

Daarnaast mocht de Rechtspraak 50 nieuwe belastingrechters aannemen voor deze werkstroom. Die zijn niet gevonden, omdat ze er simpelweg niet zijn. Ook voor de Rechtspraak wordt de uitvoering dus een lastige opgave.

Bij de Belastingdienst is het beeld vergelijkbaar. Eerst werd uitgegaan van 74 fte. Inmiddels blijkt dat het waarschijnlijk meer dan 250 fte wordt, en die capaciteit komt er niet. De tekorten in de invordering, waarover ik ook bij Buitenhof sprak, nemen per 1 januari 2027 dus nog verder toe. Met als gevolg nog minder invordering van belastingschulden.

Schorsende werking: wanneer ligt de invordering stil?

Nu ligt je dossier stil zolang je administratief beroep bij de directeur loopt. Doorgewinterde fiscaal advocaten en adviseurs dienen daarna vaak nog een klacht in bij de Nationale ombudsman, want ook dan ligt het dossier stil. Hetzelfde geldt als je je dossier aanmeldt bij een belangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden. Eventueel kun je daarna nog naar de civiele rechter in kort geding. Dat kost veel geld en heeft meestal weinig zin, maar al die tijd ligt je dossier stil.

Vanaf 1 januari 2027 gaat dat anders:

  • Tijdens de behandeling van je verzoek om uitstel of kwijtschelding ligt de invordering stil. Geen aanmaningen, geen dwangbevelen, geen beslag, geen faillissementsaanvraag.
  • Tijdens het bezwaar ligt de invordering ook stil, mits het bezwaarschrift inhoud heeft. Schrijf je alleen “ik ga in bezwaar”, dan hoeft de ontvanger geen schorsende werking te geven. Het bezwaar moet, zoals de toelichting het zegt, wel iets om het lijf hebben.
  • Tijdens beroep, hoger beroep en cassatie wordt in principe gewoon ingevorderd, voor zover daar capaciteit voor is. Dit is de maatregel die moet voorkomen dat de Rechtspraak wordt overspoeld met beroepschriften. De gedachte: de Belastingdienst heeft je verzoek beoordeeld en in bezwaar opnieuw bekeken, en twee keer nee gezegd. Dan is het klaar en wordt er ingevorderd.

De voorlopige voorziening

Vind je toch dat de invordering moet worden stilgelegd zolang je beroep, hoger beroep of cassatie loopt, omdat je een reële kans maakt dat de rechter je gelijk geeft? Dan kun je de belastingrechter om een voorlopige voorziening vragen. Dat is een soort kort geding. Voorwaarde is dat je beroepschrift al aanhangig is bij de belastingrechter.

Je vraagt de rechter dan om een voorlopig oordeel dat de ontvanger niet mag invorderen, en dus geen aanmaningen of dwangbevelen mag sturen en geen beslag mag leggen. De voorzieningenrechter beoordeelt dat verzoek. Het is in feite je laatste kans om de invorderaar op afstand te houden.

Vragen uit het webinar

Waarom geldt de standaardbetalingsregeling niet voor voorlopige aanslagen? De precieze reden weet ik niet. Ik vermoed dat het ermee te maken heeft dat je een voorlopige aanslag meestal aan het begin van het jaar krijgt en die al gedurende het jaar in termijnen mag betalen. Daar heb je dus in feite al een vorm van gespreide betaling.

Gaat het bij de 9,2 miljard om particulieren of bedrijven? De exacte verdeling is niet bekend, maar ga ervan uit dat verreweg het grootste deel bij bedrijven zit.

Vanaf wanneer lopen de twaalf maanden? Vanaf het moment dat het uitstel wordt gevraagd en verleend.

Geldt de nieuwe rechtsbescherming ook voor lokale belastingen? Nee, alleen voor rijksbelastingen.

Kan er een toevoeging worden afgegeven? Nee. Een toevoeging geldt nu ook niet in het fiscale recht, en je kunt procederen zonder advocaat.

Loopt de invorderingsrente door? Ja. Tijdens uitstel loopt de invorderingsrente altijd door. Houd daar rekening mee.

Staat dit ook in het beleid? Binnenkort een nieuw beleidsbesluit over de Leidraad Invordering, met meer over de schorsende werking. Dat is dus nog even afwachten.

Meer weten?

Over dit onderwerp valt nog veel meer te vertellen. Dat doe ik op 10 november 2026 in Van der Valk Vianen, in een training voor Ammerlaan Trainingen en Opleidingen. In het voorjaar geef ik deze training opnieuw. Het is vrijwel dezelfde training die ik later dit jaar aan de belastingrechters geef; zij krijgen een nog wat uitgebreidere versie.

Wil je de tijdens het webinar van 28 oktober 2026 gebruikte powerpointpresentatie er nog eens op naslaan? Dat kan hier: PPT 28 oktober 2026

Heeft u een vraag naar aanleiding van dit artikel?

Neem contact op